Meteen naar de inhoud

Psychotherapie

Elk traject van psychotherapie start met een verkennend gesprek of belevingsonderzoek (zie affectief-relationeel onderzoek).
Op deze manier willen we de doelstellingen van de therapie zo goed mogelijk verhelderen (waar willen we naartoe werken?).
Daarnaast biedt dit eerste gesprek de mogelijkheid om elkaar te leren kennen. Zowel het kind/de jongere als de ouders maken kennis met onze manier van werken; én wij maken op onze beurt kennis met het unieke van iedere persoon. 
Afhankelijk van de leeftijd en taal van het kind/ de jongere wordt gewerkt via speltherapie of gesprekstherapie.

Speltherapie

Spel is de taal van het kind. Vooral jonge kinderen geven uiting aan hun emoties via spel. Als therapeut geven we tijdens het spel woorden aan hun emoties en gedrag. Op die manier krijgt het kind meer grip op zichzelf en de wereld rondom zich.

Afhankelijk van de interesse van het kind wordt gebruik gemaakt van verschillend therapeutisch spelmateriaal: poppenhuis, duplo-en playmobilpopjes, handpoppen, prentenboeken, teken- en knutselmateriaal, therapeutische gezelschapsspelen,…

Gesprekstherapie

Bij oudere kinderen en jongeren maken we gebruik van gesprekstherapie.

In gesprek met hen wordt stilgestaan bij hun gedachten, gevoelens en gedrag. Samen gaan we op zoek naar de vaardigheden die ze in zich hebben om met hun problemen om te gaan. 

Door het spreken worden er inzichten verworven en krijgt het kind/ de jongere meer zicht op zijn/haar gevoelens en gedachten.

De gesprekken worden vaak visueel ondersteund met aantekeningen, opdrachten of gesprekskaarten.

Gezinstherapie

De zorg rond een kind heeft vaak een invloed op het hele gezinssysteem. Binnen de gezinstherapie wordt geluisterd naar ieder gezinslid. Door te praten en luisteren naar elkaar krijgen we inzicht in de manier waarop iedereen met de problemen omgaat, hoe we reageren op elkaar.

We gaan op zoek naar de helpende en verbindende manieren om met elkaar om te gaan zodat de klachten of moeilijkheden verminderen.